fikse bezuinigingen op openbaar groen

Het openbaar groen wordt geraakt door ingrijpende bezuinigingen bij gemeenten en provincies. Die bezuinigingen hebben negatieve gevolgen op de kwaliteit van het openbaar groen. En ze raken de bedrijven die openbaar groen aanleggen en onderhouden hard.

VHG-voorzitter Bert Gijsberts rekent erop dat de bezuinigingen zullen leiden tot het verdwijnen van 1.150 arbeidsplaatsen, waarvan een derde bij sociale werkplaatsen. De VHG spoort de overheden daarom aan om toch vooral verstandige bezuinigingsmaatregelen te nemen en oog te houden voor de belangen van de professionele groensector. Die boodschap draagt Gijsberts onder meer uit via de pers, in de hoop dat overheden en burgers de ernst van de zaak inzien en het belang ervan onderkennen.

 

Aan Gijsberts’ alarmkreet ligt een onderzoek ten grondslag van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO), dat door bureau Veldwerk Optimaal is bewerkt, op verzoek van branchevereniging VHG. Aan dat onderzoek werkten 114 van de 430 Nederlandse gemeenten mee. Van die 114 zijn er 69 – oftewel 60% – van plan te bezuinigen, tegenover 35% niet. Enkele gemeenten beraden zich nog. Amsterdam, Den Haag en Almere bezuinigen ieder fors. Gemeenten zoals Arnhem, Nijmegen, Utrecht en Eindhoven gaan daarentegen méér investeren, nu ze zich als groene gemeente willen profileren.

 

Bij de bezuinigers zal in 2011 het budget voor groen gemiddeld dalen met 9,5%. En er zal 32% minder budget zijn voor aanleg van nieuw openbaar groen. In totaal, zo heeft de VHG be­cijferd – bedragen de bezuinigingen op groen 72 miljoen, dus per gemeente 405.000 euro gemiddeld.

 

De vraag naar bezuinigingen werd ook gesteld aan negen provincies, Natuurmonumenten, Staatsbos­be­heer en aan het oude Ministerie van LNV, dat tegenwoordig Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) heet. Ook zij zijn overwegend van plan te gaan bezuinigen. Zo zegt de provincie Utrecht te willen bezuinigen met 17,5%, Drenthe met 16%. Noord-Holland bezuinigt het minst, met 3,5%.

 

Hoe worden die bezuinigingen ge­realiseerd? Welnu: gemeenten verwachten dat ze de kwaliteit van het groen en het onderhoud gaan ver­lagen. Ook zoeken ze het in scherpere inkoop of het veranderen van de functie van terreinen. Of ze nemen maat­regelen, zoals het terugdringen van de maai- en snoeifrequentie, versobering van het groen. Of ze benutten meer de eigen groendiensten, in plaats van derden.

 

Veel bezuinigende gemeenten verwachten dat openbaar groen minder fleurig en ruiger zal worden en dat het meer onkruid gaat bevatten. Een derde deel van de bezuinigende ge­meenten zegt evenwel dat de maat­regelen niet tot een verslechterd aanzicht van het groen zullen leiden. Ook verwacht bijna de helft van de bezuinigende gemeenten dat de gebruikers van openbaar groen er nauwelijks gevolgen van gaan ondervinden.

 

Wel verwachten ze meer geklaag en een lagere belevingswaarde. Vrijwel geen gemeente denkt dat er een on­veiliger gevoel bij de gebruikers zal ontstaan. Ook verwachten ze dat de gebruikers zelf aan onderhoud van het publiek groen gaan doen.

 

VHG-voorzitter Gijsberts heeft de conclusies uit het onderzoek aan­gegrepen voor een mediaoffensief. Hij legt onder meer in de regionale kranten uit hoe de harde maatregelen de sector gaan treffen. Gijsberts rekent op het verdwijnen van 1.150 arbeidsplaatsen, in een beroepsveld waar 47.000 mensen werkzaam zijn. En dat is een harde klap.

 

Tegenover TUINPRO zegt Gijsberts: “We moeten als sector de boodschap overbrengen dat gemeenten ver­standige keuzes kunnen maken bij hun bezuinigingen. We zouden de achterban kunnen oproepen om op het Malieveld in De Haag te gaan protesteren, maar dat zou ontkenning van de realiteit zijn. Die realiteit is dat er bezuinigingen op ons afkomen.”

 

“Wij pleiten ervoor weloverwogen keuzes te maken. Je kunt het onderhoud aan beeldbepalende bomen niet stopzetten, want dan richt je schade aan die niet meer goed komt. Als je al bezuinigt, kijk dan bijvoorbeeld of dat kan op het onderhoud van bepaalde groenstroken in het buitengebied. Met andere woorden: behandel be­zuinigingen als maatwerk. Ga vooral niet met de kaasschaaf aan de gang, maar maak keuzes.”

 

Tegelijk draagt Gijsberts de boodschap uit dat groenonderhoud een specialistisch vak is. Een vak waar kun­dig­heid aan te pas komt en waar kwaliteit en veiligheid een belangrijke rol spelen. Hij roept gemeenten op vooral niet alleen door prijs gedreven keuzes te maken. Hij wil hoe dan ook voorkomen dat het onderhoudswerk gedaan gaat worden door loonbedrijven die on­geschoolde, vooral goed­kope – buitenlandse – werknemers aan het werk zetten. “Dat moeten gemeenten niet willen. We moeten hen aanspreken op hun verantwoordelijkheidgevoel.”

 

Dat de bezuinigingen gaan leiden tot zware klappen voor de sector: het zal de realiteit zijn, meent Gijsberts. Vooral in de flexibele schil van werk­nemers rondom de kernwerknemers van bedrijven zullen die klappen zich manifesteren. Daarom adviseert hij de ondernemingen om zich naar die nieuwe realiteit te voegen en hun bedrijfsvoering aan te passen.

 

“Zoek het in overleg met verenigingen van eigenaren en woningbouw­corporaties. Ga samenwerking aan met groepen van particulieren die zelf het beheer van groenstroken en parkjes en rotondes gaan oppakken, enzovoort. Innoveer, is mijn boodschap. Zoek nieuwe wegen en mogelijkheden om die nieuwe realiteit tegemoet te treden.”




© TPK Media Partners BV

© TPK media partners bv
TUINPRO is een uitgave van TPK media partners | Postbus 322 | 6130AH | The Netherlands | +31 (0)46 4818600 | info@tpk-media.nl